mm 19   19.4

 

Concluderend.

‘In wat voor verhaal zijn we terecht gekoemen Hasta’? verzuchte de nog steeds aangeslagen Estrice. ‘In dat van hen die het voor het zeggen hebben, Verna en Ishma. Die als ze vinden dat  het moet dat menen te mogen’ concludderde Jesta,  ‘Die zich buiten de rechtsorde achten. Wat wij als hun voetvolk maar te accepteren hebben’. De discussie werd venijnig.  ‘Het steeds betere waarop we selecteren. Met dus toch weer dat kwalijke en gevaarlijke. Een instelling die filters verraden’. Estrice vroeg nu om aandacht. ‘Met een keppelkap zijn filter te lezen. Wardoor  iedereen de wereld ziet. Selectie op filters blijkt nu mogelijk. De publieke doet dat niet maar privaat is dat inmiddels een verdienmodel. De aanleg voor dde kijk van je kind opde wereld bepalen. De opmaat naar de maakbare mens. Filters die we moggelijk ook kunnen schrijven. Met een keppelkap ons brein programmeren. Kinderen al jong zo leren lezen en in een bepaalde taal laten leven. Met AI het brein laten aansluiten op bepaalde databanken. Be heerd door fakkeldragers, met  ook die levensgevaarlijke. Die zo mensen kunne mobiliseren voor hun belangen. Wat in ontwikkeling is. Wat ik helemaal niet zie zitten’. Iedereen viel stil. ‘Tevens weten we dat het fatale geen mutatie is maar het effect is van een generaties bestendig geworden virus. Dat veroudert en daarmee ook z’n effect. De verhouding die nog maar op zo’n  één op vijftien. Nog even en de se;ectie is niet meer nodig. En op langere termijn weer net als eens. En dan de man vooral weer fakkeldrager. Met weer heel gevaarlijke en daarvan Geheime Diensten’. ‘Ik dacht het altijd al, werken aan de toekomst is riskant ’zei Verna. ‘Laten we het houden p ons geconsolideerd heden, dat zien te handhaven’. ‘Maar dat fatale dat laat zich dus niet handhaven’ zuchte Hesta. ‘Het einde der tijden dus’verzuchte Eastrice. ‘Zal de onze wel duren’ zei Verna. Ishma die nog niets had gezegd knikte instemmend.